Image

Bildung is topprioriteit, aldus Bussemaker

Bildung is een belangrijke pijler in het onderwijs, zo bleek ook op de slotconferentie van de HO tour 2 maart. De studenten van nu moeten zich vormen tot de burger en professional van de toekomst, vinden wij. En dat kan: het bildung van nu heeft zijn vindplaats in de stad.
Op 2 maart was de slotconferentie van de HO tour. In deze tour ging minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de afgelopen maanden in gesprek met studenten, docenten, bestuurders en andere stakeholders over hoe het hoger onderwijs er in de toekomst uit moet zien. Tijdens elke bijeenkomst werd een top 5 met investeringsprioriteiten samengesteld. Uiteindelijk geëindigd op nummer 1: bildung en persoonlijke ontwikkeling.

Het begrip bildung
Bildung, wat is dat precies? ‘Persoonlijke vorming’, volstaat dat? Grotendeels wel, maar er is niet voor niks nooit een Nederlandse vertaling voor dit woord gevonden. Het begrip wordt vaak toegeschreven aan Willem van Humboldt (1767-1835), die het omschreef als ‘het vermogen om ‘ja’ te zeggen tegen een samenleving door er actief aan deel te nemen’. Het is de combinatie van het ontwikkelen van je vaardigheden én je persoonlijkheid tot een veelzijdige burger. 

Huib de Jong, rector van de HvA, stelt in een artikel in het boek ‘…En denken! Bildung voor leraren’ dat het onmogelijk is om terug te gaan naar het bildung van vroeger, omdat terug gaan naar één brede basisopleiding voor universiteiten en hogescholen niet kan. En Frans Leijnse, hoogleraar-emeritus Onderwijs en Arbeidsmarkt, oud eerste kamerlid en Lector Kenniscirculatie, zei het in 2012 al op de conferentie ‘Levensecht Leren’ die wij in samenwerking met de Hogeschool Utrecht organiseerden (zie hier): ‘Academische vorming is de laatste decennia naar de achtergrond verdwenen. Het draait nu vooral om vakinhoudelijke kennis. Er is een differentiatie aan opleidingen en er zijn steeds meer specialismen.’ Hoe krijgen we het lang geleden gevormde begrip ‘bildung’ dan terug in het onderwijs, nu het zo belangrijk is? ‘Vorming vindt plaats door te leven en te werken in de stad’, is het antwoord van Leijnse.

Vorming in de stad
In de discussienota Onderwijskwaliteit en kwaliteitscultuur die werd opgesteld voor de slotconferentie van de HO tour staat dat in een wereld waar kennis steeds sneller vernieuwt en veroudert, het hoger onderwijs naast kennis en expertise meer aandacht zal moeten besteden aan socialisatie (leren voegen in sociale verbanden) en persoonsvorming (onafhankelijk creatief denken en doen).

De stad is een academische werkplaats, vinden wij. Hier kan de brede vorming van studenten in het hoger onderwijs een plek krijgen door dienstverlening aan medeburgers. Door voluit medeburger te zijn. Wij leggen maatschappelijke vraagstukken uit de stad voor aan studenten. Het oplossen van deze vraagstukken vraagt steeds meer om een interdisciplinaire benadering. Zo wordt de student een ‘T-shaped professional’: de student weet specialistische kennis en vaardigheden die tijdens de opleiding worden opgedaan te combineren met het vermogen om over grenzen heen te kijken en te werken, iets dat minister Bussemaker tijdens de slotconferentie onderstreept. Dat vergt ook van de student dat die verantwoordelijkheid neemt voor zijn of haar eigen leerproces.

Dienstverlening én persoonlijke vorming
In onze Springlevende Wijken zetten studenten projecten op in de wijk waar ze wonen. Als directe medebewoner kunnen ze hun opgedane kennis aanvullen met kennis uit de stad. Tegelijkertijd leggen ze de relatie tussen de structuren van die stad en de instellingen en medeburgers die niet bij die structuren kunnen komen. Omdat ze de taal niet verstaan, of omdat ze niet bereikt kunnen worden. ‘Dienstverlening helpt de stad vooruit, maar is net zo goed een ontwikkelingsproject voor de student’, zegt Leijnse. Maar ook in onze onderwijsprojecten moeten maatschappelijke vraagstukken getackeld worden. Professionals kunnen deze soms niet oplossen, doordat ze bijvoorbeeld te veel in één vakgebied denken in plaats van in de breedte. Studenten kunnen dat wel: ze zijn idealistisch, hebben nog een open blik en een motivatie om te leren én om te doen. ‘Kritisch denken, de culturele vorming, de basisprincipes van onze rechtschapen samenleving. Is het leren van deze kwaliteiten in de praktijk niet net zo belangrijk als het leren op school?’, vraagt Leijnse in zijn toespraak.

Het bildung van nu
Teruggaan naar één soort onderwijsinstelling kan niet meer. Alle opleidingen omvormen tot Liberal Arts ook niet. Maar wat wel kan is creatieve oplossingen bedenken. De middelen die er zijn op slimme manier inzetten. Studenten kunnen vanuit vraagstukken in de samenleving worden gestimuleerd tot nadenken en kennis vergaren. ‘Op die manier leren ze hoe de samenleving in elkaar zit en vormen ze hun persoon’, zegt Bussemaker. Studenten zijn de grootstedelijke professionals van de toekomst die monodisciplinaire diepe specialistische kennis en vaardigheden moeten kunnen combineren met 21ste eeuwse multidisciplinaire meta-cognitieve en brede vaardigheden. Het is het bildung van nu.

Lees hier het verslag van de conferentie ‘Levensecht Leren’ die wij organiseerden in samenwerking met de Hogeschool Utrecht
Zie hier de toespraken van onder andere Frans Leijnse op de conferentie