Image

Springlevend Landlust: Jesse en Nadia aan het woord

In de Springlevende Wijk Landlust in Amsterdam West hebben een aantal studentcoördinatoren zich de afgelopen tweeëneenhalf jaar ingezet om samen met de bewoners van het Adolf van Nassaucomplex een fijnere woonomgeving te creëren. Dit deden zij door middel van de complexgerichte aanpak. Jesse en Nadia, twee van de studentcoördinatoren, vertellen ons hoe dit project is verlopen en wat de resultaten van dit project zijn.
Wie zijn jullie en hoe zijn jullie begonnen bij Academie van de Stad?
Jesse: Ik ben Jesse. Ik ben 2,5 jaar geleden begonnen in Springlevend Landlust. Datzelfde jaar begon ik met mijn studie architectuur, hier in Amsterdam. Ik had destijds een studiegenoot die in een andere Springlevende Wijk werkte en hij vertelde mij erover. Zo is het balletje gaan rollen. Vanaf het begin van mijn tijd in Landlust ben ik bezig geweest met de complexgerichte aanpak, waar ik mij gedurende de gehele 2,5 jaar mee bezig heb gehouden. Halverwege dit project kwam Nadia bij ons team.

Nadia: Ja, dat klopt. Ik ben dus Nadia, en ik ben nu anderhalf jaar bezig in Landlust. Ik leerde de Academie van de Stad kennen via een vriendin. Ik studeer informatica maar ik was op zoek naar meer sociale verantwoordelijkheid, dit werk sloot daar goed bij aan. Ik heb verschillende projecten gedaan, waaronder een project met vrouwen uit de buurt. Vervolgens heb ik mij halverwege het project aangesloten bij het project in het Adolf van Nassau complex.

Leg eens uit, wat hield de complexgerichte aanpak in?
Jesse: Het Adolf van Nassaucomplex is een groot complex met 220 voordeuren en veel verschillende mensen van alle leeftijden en alle bevolkingsgroepen. Alle woningen zijn sociale huurwoningen van woningcorporatie Ymere en er waren veel vragen en problemen in het complex. Toen ik begon in Landlust, begon ik eigenlijk meteen met het schrijven van een plan van aanpak voor het complex, samen met Ymere en stichting Wijkadvies. Die twee organisaties waren toen al een half jaar bezig om de problemen in het complex te inventariseren, door interviews te doen met zo veel mogelijk bewoners. Dat onderzoek was eigenlijk onze grote inspiratiebron tijdens het schrijven van het plan van aanpak. Het was heel leerzaam, om een vrijwilligersproject op te zetten voor zo’n groot complex, maar ook lastig..

Hoe hebben jullie dit aangepakt?
Jesse: De opdracht vanuit Ymere was voornamelijk dat buren met elkaar gingen communiceren. Als men elkaar al niet begroet op de gezamenlijke trap, hoe gaan bewonersdan om met overlast? We zijn toen begonnen met het organiseren van activiteiten. Dit had als voornaamste doel om mensen bij elkaar brengen. We merkten al snel dat projecten voor kinderen het meest toegankelijk waren. Zo legden we niet alleen contact met de jongste bewoners van het complex, maar ook met hun ouders. Hier hebben we dan ook op gefocust in het begin. We zijn ook begonnen met het opknappen van de gezamenlijke binnentuin. We hebben eerst samen met de bewoners een ontwerp gemaakt: zo is er een voetbalkooi, moestuintje en een speeltuin gekomen. Tijdens de opening van de gerestaureerde binnentuin hebben we toen met mensen uit het complex de 4 toegangspoortjes naar de binnentuin geschilderd. Die waren voorheen heel donker en smerig. Dit was hartstikke leuk. Iedereen schilderde mee, van jong tot oud.

Nadat we ons de eerste anderhalf jaar hadden gefocust op de renovatie en het gebruik van de binnentuin zijn we ons meer op de portieken zelf  gaan richten. Dit was eigenlijk het meest spannende gedeelte van het project: we gingen nu namelijk echt zélf aanbellen bij mensen. Men reageerde vaak heel anders dan verwacht. Toen kwam Nadia er ook bij.

Nadia: Klopt, mijn eerste activiteit in Landlust was het schilderen van de poortjes. Daarna werd ik meteen in het diepe gegooid; we gingen bij mensen aanbellen.

Wat vroeg je dan, als je aan een voordeur stond?
Nadia: we wilden ons nu minder richten op kinderen, want er werd al zoveel georganiseerd voor kinderen. We gingen ons meer richten op volwassenen. Dus we belden aan met de insteek: Ik ben jullie buurvrouw, hoe gaat het hier? Wat valt jullie op in het complex? Soms was het antwoord heel positief, soms kregen we een klaagzang. Zo leerden we wat er aan de hand was in het complex. We gingen per portiek workshops en high tea’s organiseren, dan gingen we weer de deuren langs om mensen uit te nodigen. Dit ging dan vaak over veiligheid, hygiëne en hoe je het beste gebruik maakt van de minimale ruimte.

Jesse: We kwamen er achter dat geluidsoverlast vaak de grootste bron van irritatie was. Om maar een voorbeeld te geven: één van de bewoners was een mevrouw die nachtdiensten draaide. Maar het gezin dat boven haar woonde had meerdere kinderen, dat ging natuurlijk vaak niet samen. Die mevrouw die nachtdiensten draaide, was hier erg gefrustreerd over. Maar toen de bovenbuurvrouw hoorde dat haar onderbuurvrouw ’s nachts moest werken, was zij meteen bereid om hier goede afspraken over te maken. Zij waren elkaar nog nooit tegengekomen, dus wisten zij dit niet van elkaar.

Wat hebben jullie vervolgens met deze informatie gedaan?
Nadia: uiteindelijk hebben we in elk portiek een borrel georganiseerd. Met een hapje en een drankje zijn we in alle portieken gaan staan, waar we alle bewoners uit hebben genodigd om even naar beneden te komen om met ons en met de buren te praten. Dat was het moment dat de bewoners met elkaar in contact konden komen en te bespreken wat zij fijn en wat zij vervelend vonden aan elkaar. Dan ging het soms echt over een krantje dat de buurman niet oppakte, maar als je daar elke dag tegenaan loopt kan het heel groot worden.

Jesse: er bleken 14 onderwerpen te zijn die vaak terugkwamen bij de bewoners. Dit waren dingen die overlast veroorzaakten in het complex, zoals harde muziek en afval. Hier hebben wij 14 afspraken van gemaakt, waarvan elk portiek er 8 mocht uitkiezen om als belangrijkste “portiekafspraken” in het portiek op te hangen. Deze werden vertaald naar een bord dat we bij het slotfeest in elk portiek hebben opgehangen.

Wat is jullie grootste bijdrage in het complex?
Nadia: De mensen kennen elkaar nu. Men is nu aan elkaar voorgesteld en dat heeft letterlijk en figuurlijk veel deuren geopend voor de bewoners. Nu is het makkelijker om het contact voort te zetten.

Jesse: Ik denk ook dat een bijdrage aan dit complex een bijdrage is aan de buurt. Dit complex is namelijk écht Bos en Lommer, je zou het zo met een foto in de geschiedenisboeken kunnen zetten met het onderschrift: “dit is Bos en Lommer”. Het is een goede afspiegeling van hoe de buurt tot nu toe is geweest. Daarom is het belangrijk om het complex leefbaar te houden. Dat is niet alleen belangrijk voor het complex, maar ook voor Landlust.